Ga naar de inhoud
Terug naar beginpagina
  • Home
  • Het boek
  • Over Martijn
  • Impact
  • Contact
Bestel het boek
English

Over Martijn van Gogh

Martijn Van Gogh is niet het type dat ‘even op reis ging en bleef hangen’. Nee, hij is het type dat in 1997 dacht: ik ga veldwerk doen en vervolgens per ongeluk een heel leven opbouwde tussen twee werelden… en daar nooit meer helemaal uit vertrok.

Hij begon als student International Development Studies en belandde in Mwanza, aan de oevers van het Victoriameer. Daar deed hij onderzoek naar de coping & survival strategies van straatkinderen voor het project Kuleana. Dat klinkt academisch – en dat was het ook, maar in de praktijk betekende het vooral: luisteren, meelopen, observeren… en ontdekken dat overleven geen theorie is, maar een dagelijkse kunstvorm.

Ondertussen leerde hij Swahili. En met de taal kwam het land dichterbij. Want taal opent niet alleen gesprekken, maar ook perspectieven. Midden in dat veldwerk ontmoette hij Malaika. Eerst als tolk. Daarna als veel meer dan dat. Zij vertaalde niet alleen woorden, maar ook werelden. Waar Martijn structuren zag, zag zij relaties. Waar hij vragen stelde, kende zij de antwoorden al of wist ze precies wie hij moest spreken. Dat was misschien wel zijn eerste echte les in Tanzania: kennis zit niet alleen in boeken, maar in mensen.

Wat Martijn onderscheidt, is dat hij nooit is blijven hangen in het idee dat één wereld ‘klopt’ en de ander niet. Hij werkte in Tanzania, Engeland en Nederland in samenlevingsopbouw en zag overal hetzelfde patroon: mensen zijn in de kern hetzelfde, maar systemen maken ze totaal verschillend.

In Nederland zag hij systemen die perfect georganiseerd zijn, maar waar mensen elkaar soms nauwelijks nog nodig lijken te hebben. In Tanzania leerde hij dat een probleem zelden alleen van één persoon is, dat oplossingen vaak ontstaan in relaties en niet in regels en dat tijd flexibel is omdat verbinding altijd de kern is. En precies daar ontstond iets in hem.

Zijn Swahili compound in Geita, acht appartementen rondom een gedeelde binnenplaats, is geen vastgoedproject. Het is het verhaal achter Tanzania: waar iedere gebeurtenis een levensles is. Een kleine gemeenschap waar het dagelijks leven zich afspeelt in alle eenvoud en complexiteit tegelijk. Hier staat menselijk contact centraal: een buurvrouw die zich bemoeit met een ruzie die niet van haar is; kinderen die collectief worden opgevoed en iemand die zonder aankondiging binnenloopt en drie uur blijft. In Nederland zou dat wanorde heten. In Tanzania heet dat: samenleving.

Al snel besloot Martijn dat observeren niet genoeg was. Dus ging hij bouwen. Niet één groot bedrijf, maar meerdere kleine. Geen daarvan is wereldberoemd. Maar allemaal hebben ze iets gemeen: ze creëren werk, kansen en zelfstandigheid voor jongeren. Zijn ondernemersstrategie is eenvoudig: klein beginnen, lokaal bouwen, mensgericht denken. Of, zoals hij het zelf zegt: “Werkt het voor vijf mensen? Mooi. Werkt het niet? Dan hebben we in ieder geval maar vijf mensen teleurgesteld.”

Naast zijn fulltime werk bij VluchtelingenWerk Nederland, waar hij cliënten begeleidt die hun weg proberen te vinden in onze samenleving, werkt hij ondertussen aan twee grote passies. De eerste is een commerciële, educatieve vlindertuin in Kigamboni. Een plek waar Tanzanianen kunnen leren over het ecologische belang van vlinders, waar koppels een romantische dag ervaren, en waar schoonheid gesprekken opent. Voor Martijn zijn vlinders meer dan insecten: ze staan symbool voor iets groters. Voor beweging, voor impact, voor het kleine dat groot wordt. Of zoals hij het zelf zegt: “Vlinders moeten alles in één dag doen, dus zijn vrij ondernemend. Geen uitstel, geen eindeloze plannen, gewoon vliegen, bijdragen, bewegen. Ondernemender wordt het niet.”

De tweede passie is Street Hearts. Misschien wel zijn meest Nederlandse idee, maar met een Tanzaniaans hart. Het concept speelt in op een groeiende uitdaging in Nederlandse straten: eenzaamheid, afnemende sociale verbinding en toenemende polarisatie. Het idee is simpel, maar krachtig: wat als bewoners elkaar weer écht leren kennen? Via een digitaal straatplatform stellen buren zich aan elkaar voor – niet als huisnummer, maar als mens. Ze delen wie ze zijn, wat hen drijft en wat ze voor anderen kunnen betekenen. Wat zichtbaar wordt, is wat normaal verborgen blijft: verhalen, talenten en bereidheid om elkaar te helpen. Het effect is subtiel, maar betekenisvol. Onbekenden krijgen een gezicht. Gesprekken ontstaan waar eerst stilte was. En de drempel om hulp te vragen of aan te bieden wordt lager. Wat ontstaat is meer dan contact: het is gemeenschap. Street Hearts (www.street-hearts.nl) is een uniek en beschermd concept dat zich richt op sociale verbinding en de inzet van onbenut sociaal kapitaal op straatniveau.

Wat dit boek bijzonder maakt, is niet wat Martijn weet, maar hoe hij het vertelt. Niet als iemand die het allemaal doorheeft, maar juist als iemand die keer op keer denkt: nu snap ik het… en vijf minuten later ontdekt dat hij er compleet naast zat.

En precies daar zit de magie.

Zijn verhalen zijn waargebeurd, licht overdreven (soms iets meer dan licht) en altijd doordrenkt met zelfspot. Hij is niet de man die boven de situatie hangt en analyseert wat er misgaat. Hij is degene die er middenin staat, denkt dat hij het slim aanpakt… en er daarna achter komt dat hij zojuist een sociale fout heeft gemaakt waar drie generaties nog om lachen.

Hij kijkt niet neer op verschillen. Hij struikelt erover. Letterlijk en figuurlijk. En in plaats van zich ervoor te schamen, maakt hij er een verhaal van.

Over momenten waarop hij dacht dat hij het ‘begrepen’ had (de cultuur, de logica, de subtiliteit) en vervolgens met volle overtuiging precies het verkeerde deed. Niet een beetje verkeerd. Maar indrukwekkend verkeerd. Op het niveau dat mensen vriendelijk blijven glimlachen terwijl ze denken: We laten hem nog even… hij komt er vanzelf wel achter.

Martijn Van Gogh is geen buitenstaander meer in Tanzania. Maar ook geen volledige insider. Hij zit precies op die ongemakkelijke en daardoor hilarische, plek ertussenin. De plek waar je nét genoeg begrijpt om mee te doen, maar nog niet genoeg om geen fouten meer te maken. Hij beweegt tussen werelden. Soms soepel. Soms alsof hij voor het eerst probeert te dansen op muziek die iedereen al jaren kent. Met humor. Met nieuwsgierigheid. En vooral met een oprechte interesse in mensen. Niet in systemen of theorieën, maar in wat mensen doen, zeggen, voelen, en waarom dat voor hen volkomen logisch is, zelfs als het voor hem totaal onbegrijpelijk lijkt.

Met dit boek heeft Martijn geen gids voor Tanzania geschreven. Je bladert er niet doorheen om te kijken hoe het hoort. Want dat is voor iedere situatie anders. Het is ook geen theorieboek waarin alles netjes wordt uitgelegd. En al helemaal geen ontwikkelingshandboek dat pretendeert te weten hoe dingen beter kunnen.

Dit boek doet iets veel gevaarlijkers: het nodigt je uit om anders te kijken. Om minder snel te oordelen. Om even te wachten met conclusies. Om te zien dat ‘anders’ vaak helemaal niet zo vreemd is, maar juist logisch, alleen vanuit een ander perspectief. Het soort perspectief dat je pas krijgt als je er middenin staat, een fout maakt en iemand je vriendelijk aankijkt en zegt: “Pole pole.”

En misschien nog wel belangrijker: het laat zien dat verbinding overal kan ontstaan. Niet alleen op de plekken waar je het verwacht, maar juist daar waar je denkt dat je niets gemeen hebt. In Dar es Salaam. In Geita. Of gewoon in je eigen straat in Nederland, waar je buurman misschien al jaren naast je woont, maar waar je nog nooit echt een gesprek mee hebt gehad.

Want uiteindelijk gaat het daarover.

Niet over verschillen. Niet over systemen. Maar over mensen.

En over wat er gebeurt als je stopt met proberen alles te begrijpen…en gewoon begint met kijken, luisteren, meedoen en, heel belangrijk, af en toe om jezelf te lachen.

Laat een review achter op Google

Tanzania Had Other Plans

© 2026 Martijn van Gogh Stories & Projects | Design by Ekri-ARTe

KvK 42143839

Btw

Privacy

Contact

Algemene voorwaarden